Wat wil je wel

In de trein zit een vrouw van een jaar of twintig. Ze heeft een schrijfschrift op haar schoot. Ze schrijft erin met grote letters. Af en toe kijkt ze op en staart uit het raam. Het trekt mijn aandacht omdat iemand van haar leeftijd normaliter niet meer zulke grote letters schrijft. Ik spiek wat er staat. ‘Voornemens 2016’.Ik ben ontroerd. You go girl! Focus op wat je wilt, dan kom je er wel!

Niet te veel niet, wel veel wel

Velen van ons focussen onbewust op wat we niét willen. We willen vandaag niet vroeg op staan. We hebben geen zin in een gesprek met die en die. Geen energie voor het werk dat we voor ons hebben uitgeschoven. Die focus is jammer, want wat je aandacht geeft groeit.

Bij onze omgang met honden is het al niet anders. We willen niet dat de hond bedelt. Eten van de koffietafel vist. Wegrent in het park. Tegen bezoek op springt. En hoe meer we focussen op wat we niet willen, hoe groter dat groeit. Of het nu het gedrag zelf is. Het vervelende gevoel dat het ons geeft. Of allebei.

Als je nog ruimte hebt voor een goed voornemen dit jaar, laat het dan zijn dat je meer gaat focussen op wat je wél wilt.

Focus op wat je wilt, een wereld van verschil

Wil je bijvoorbeeld dat je hond netjes in zijn mand is als je aan tafel zit te eten? Wil je dat hij bij je blijft in het park, of dat hij komt als je hem roept? Wil je dat hij vier poten op de grond houdt als er bezoek binnenkomt? Het lijkt flauw, maar focussen op wat je wel wilt, maakt een wereld van verschil. Voor jou én de hond.

Regelmatig kijken mensen een instructeur of deskundige bleu aan als deze vraagt ‘Wat wil je wel zien van je hond?’. Neem dat opspringen. Mensen hebben helder dat ze het opspringen vervelend vinden. Het irriteert ze, het doet pijn, ze schamen zich richting het bezoek voor hun ‘onopgevoede hond’. Maar wat ze wél willen zien van de hond, dat weten ze eigenlijk niet. En zo lang ze dat niet weten, wordt het ook lastig om ‘het’ de hond aan te leren als alternatief voor het opspringen.

Voor een instructeur of deskundige is het soms de belangrijkste taak: een ander helpen bedenken wat hij wil en welke stappen hem daar naar toe leiden. ‘Wat wil je wél zien van je hond als er bezoek binnenkomt?’ En ‘niet opspringen’ is geen ‘wel’, dat is een ‘niet’. Wil je een hond op vier poten zien? Een hond die zit? Een die in zijn mand blijft? Als het plaatje helder is, kun je stapsgewijs toewerken  naar dat wensbeeld.

Wat je aandacht geeft, groeit

Met als groot voordeel dat wat je aandacht geeft groeit én dat je heel veel frustratie voorkomt. Frustratie bij de eigenaar die van een ‘niet’ naar een veel positievere ‘wel’ gaat. Frustratie van een hond die zijn plaatje niet helder heeft, omdat de baas het niet helder heeft. Zo wordt bij opspringen vaak gedacht dat het bestraffen daarvan het corrigeert en dus vermindert. Niet fair als de hond niet weet wat hij wel moet doen. Of wordt de weg van extinctie, uitdoving door het wegnemen van een beloning, overwogen, waarbij de hond geen aandacht meer gegeven zou moeten worden. Maar het wegdraaien, het weglopen dat daarbij hoort. Het is voor veel eigenaars lastig. Laat staan voor bezoek dat ‘oh, maar ik houd van honden hoor’, dat helemaal niet wil. Nog even los van de honden die dol zijn op meedraaien, meelopen en al springend pirouetjes leren dansen door een hele kamer.

En mocht het bezoek goed meewerken en iedereen twee rechter handen hebben op het gebied van honden, dan geeft die uitdoving toch minimaal frustratie bij de hond én het risico op een ‘tandje erbij’ omdat het oude gedrag niet meer volstaat en de hond toch graag zijn aandacht wil. Ineens is het dan niet alleen meer opspringen, maar ook blaffen wat de hond doet als bezoek arriveert.

Exit met extinctie

Voor 2016 zou het helemaal niet slecht zijn als het exit was met extinctie en als iedereen een beetje meer pro ‘proofen’ werd. Gedrag dat je wél wilt zien stap voor stap uitbouwen en in allerlei situaties oefenen. Totdat de hond in elke situatie kan, wat jij wél wilt.